een maand wegens wangedrag en vloeken. Een ander lid kreeg twee weken schorsing aan de voetbalbroek ‘wegens belediging van het bestuur’. Twee spelers waren zaterdags zonder afbericht weggebleven. De daarop volgende bestuursmededeling: “Niemand zal ons kwalijk nemen dat wij hebben besloten deze personen te bestraffen met een boete van vijftig cents.” Zonder clubblad Door gebrek aan schrijftalent en waarschijnlijk ook met het oog op kostenbesparing besloot het bestuur eind 1934 het eigen clubblad maar weer voor gezien te houden. Het verenigingsnieuws werd voortaan opgenomen in het blad ZMC, het officieel orgaan van de ZaterdagMiddagCompetitie. Voor ZCFC was daarin één pagina gereserveerd. Andere clubs die van het blad gebruik maakten waren Linoleum, Hille, Polak&Schwartz, Van Gelder Papier en Ford/Steemeijer. Lang duurde deze samenwerking niet, ook al doordat de diverse clubs in dat krantje soms flink tegen elkaar te keer gingen. Amper een jaar later kwam Zet weer met een eigen clubblad onder de naam “De Z.C.F.C.’er”, dat eens per maand ging verschijnen. Hoogtepunten uit die eerste jaren: • 26 augustus 1933: het 1e elftal kampioen van de zomercompetitie; • 8 september 1934: winnaar van de Amsterdamse beker door met 2-1 te winnen van AMVJ; • 30 maart 1935: 1e en 3e elftal kampioen. Het vierde doet het minder, met onder meer een 17-0 nederlaag tegen Van Gelder Papier, maar met een compliment voor het moedig volhouden. Het eerste elftal van Zet in 1936: P. Couwenhoven, B. Beekhoven, G. de Ridder, G. van Heemst, J. Jongh, K. Pos, Chr. Coté, R. Beekhoven, W. de Groot, J. Voortman, en K. Post. Revue voor volle zaal Midvoor De Groot kon meer dan voetballen. Ter gelegenheid van het 5-jarig bestaan schreef hij de revue ‘Goal’ die door leden van ZCFC werd opgevoerd in gebouw Thalia (nabij de Burcht). De bijna 400 plaatsen (à 35 cent) waren snel uitverkocht en een tweede uitvoering (weer voor een volle zaal) volgde. De revue telde zes bedrijven: ‘de oorsprong van het voetbalspel’, ‘de oorsprong van de voetbalclub’, ‘de oprichtingsvergadering’, ‘de eerste wedstrijd’, ‘de vrouw en de club’ en ‘het eerste jaarfeest’. Kennelijk was iedereen zo onder de indruk dat het clubblad voortaan ook ‘Goal’ ging heten. De twee jaar later opgevoerde revue ‘Trap eens mee’ kreeg ook een goede pers en opnieuw een volle zaal. De tweede uitvoering trok echter te weinig volk; er moest geld bij. Vol trots kon in oktober ’36. worden gemeld dat ZCFC een vijfde elftal voor de competitie had ingeschreven. Toch was er een waarschuwend vingertje: “Het is intusschen nog noodzakelijker om geen wedstrijd over te slaan. Onverschillig of je eigen dan wel een ander elftal je vraagt’: geef geen afbericht. Als je niet speelt dupeer je de overige jongens en dat is laf! Warm gekleed bij fakkeloptocht Prinses Juliana ging trouwen met de Duitser Bernhard von Lippe Biesterfeld. De gemeente Zaandam wilde een bijdrage leveren aan de feestelijkheden en riep de plaatselijke verenigingen op daaraan mee te doen. Het bestuur van ZCFC zag daar wel wat in. “Wij lopen als club mee in de fakkeloptocht door Zaandam. Juist met onze oranje shirts zullen wij een uitstekend figuur slaan.” Omdat het op de bewuste avond van de 6e januari wel eens fris kon zijn raadde het bestuur aan om onder het shirt warme kleding te dragen. Minder feestelijk gestemd was het bestuur in april 1937. In een artikel in Goal stond dat er een grauwsluier over de club lag. Nadat in de eerste jaren na de oprichting iedereen enthousiast had gereageerd als iets voor de club moest worden gedaan, leek nu plotseling alle energie weg. Een oproep bijvoorbeeld om de terreinverzorger Bas van der Ree een handje te helpen was vergeefs geweest. En dat terwijl het bestuur drie kuub zand (“Hoogovenzand nog wel”) had laten komen om het terrein beter bespeelbaar te maken. Verderfelijke geest De noodkreet hielp weinig. In het jaarverslag van 1938/’39 schreef de secretaris dat er een verderfelijke geest door de club ging. Van de 66 leden hadden er 13 bedankt omdat ze vonden te weinig te spelen. En het bestuur had nog wel zo z’n best gedaan met een vierdubbele competitie en een aantal vriendschappelijke wedstrijden. Ook de training werd slecht bezocht en de trainer had laten weten voor minder dan twaalf man voortaan niet meer te komen. Met name het eerste elftal krijgt onder uit de zak: “Gij meendet training niet van node te hebben Dit jaar is ondubbelzinnig het tegendeel bewezen. Wij zullen nu eens zien wie voortaan op de training durft te ontbreken.” Inmiddels was wel voor iets anders de vlag uitgestoken: Met VVZ werd overeenstemming bereikt om hun terreinen (nabij het viaduct van de Hoornse lijn in de Oostzijde) te gebruiken voor de thuiswedstrijden. Het gemeentelijk sportpark aan de Westzanerdijk werd zonder weemoed de rug toegekeerd. Daar was zomers de zeeklei hard als beton en vol scheuren; ’s winters waren de velden na twee regenbuien al onbespeelbaar. Bij VVZ kreeg ZCFC, volgens het clubblad, een veld van ‘internationale afmetingen’. Redacteur weg en terug Ja, dat clubblad Goal. Zoals bij de meeste verenigingen was het samenstellen een vaak moeizame zaak. Telkens werd gevraagd om toch alsjeblieft voor kopij te zorgen. Daarom begreep de redacteur van Goal er niets van toen er een briefje van het bestuur op zijn mat lag dat de voorzitter voortaan zijn taak overnam. Wel kreeg de opzij geschoven redacteur nog paginagroot gelegenheid uiteen te zetten waarom hij deze opgelegde verandering betreurde. Maar ook in zijn relaas werd ‘het waarom’ niet duidelijk. Wel bleek de bestuurlijke ingreep voor onvoorziene problemen te zorgen want pas vier maanden later verscheen de volgende Goal. En weer gewoon onder redactie van de eerder afgezette samensteller. Geen woord van uitleg over het hoe en waarom. Wel een berichtje over in de kleedkamer achtergebleven voorwerpen: een boord, een tabaksdoos en een blauwe alpinopet. Het jaar erop – de Tweede Wereldoorlog stond op uitbreken – werden 14 leden, onder wie 3 bestuursleden opgeroepen voor militaire dienst. Het ledental liep terug tot 38. Het archief doet vermoeden dat de laatste Goal in september 1939 verscheen en dat de volgende editie pas acht jaar later uitkwam. Voor onze geschiedschrijving bieden de jubileumboeken voor 25, 40 en 50 jaar ZCFC echter uitkomst.