Feest in De Speeldoos

Op 14 mei 1971 was De Speeldoos tot de laatste plaats bezet voor de viering van het 40-jarig bestaan. De jubileumcommissie had ‘een keur aan televisie-artiesten’ gecontracteerd zoals Conny Vink, Rita Corita, muzikale clown Rexis en het Cocktail Trio. Toch kostten de toegangskaarten slechts 4 gulden (‘een fractie van de werkelijke kostprijs’). Ook was een loterij georganiseerd met 6.000 loten à 1 gulden per stuk. Van ieder lid werd verwacht dat hij minstens een boekje van 25 loten aan de man/vrouw zou brengen. Ter gelegenheid van het feest werden Gerard Grabijn en Gerrit van Heemst benoemd tot lid van verdienste. Van het geld dat de ‘verkoop’ van Ab Laks aan ZFC opleverde werd een geluidsinstallatie gekocht. In de rust konden dan bezoekers worden getrakteerd op (betaalde) reclameboodschappen. Ook kwamen reclameborden langs het hoofdveld. De KNVB had in ’70 besloten de leeftijd voor pupillenvoetbal te verlagen van 10 naar 8 jaar. Dat leidde bij Zet in ‘71 tot twee extra teams. Een paar jaar later ging de grens verder omlaag en mochten jongens – en toen ook meisjes – vanaf zes jaar in competitieverband spelen. Ja, ook meisjes bij ZCFC. De KNVB had in het begin van de jaren zeventig de mogelijkheid geopend voor dames-/meisjesvoetbal, maar Zet besloot pas in 1979 met vrouwenvoetbal te beginnen.

Best jaar

1971 was trouwens een best jaar voor Zet. Het 1 e werd kampioen en promoveerde naar de 2 e klas, de op één na hoogste sinds de KNVB ook een 1 e klas voor het zaterdagvoetbal had ingesteld. Het 2 e elftal eindigde op de tweede plaats en het juniorenteam drong door tot de interregionale jeugdcompetitie. Voor het seizoen ‘72/’73 kreeg Goal een nieuwe redactie: Piet Bes, Jan Duyvis jr. , Willem Laanstra en Tije Marbus. Zij gingen vlot van start met de aankondiging van allerlei rubrieken. Een daarvan was: ZCFC’er van de maand. De eerste die voor het voetlicht kwam was de nieuwe grensrechter van het eerste elftal, Ben van Ruiven. Het volgende ‘slachtoffer’ was Frans Fuykschot, die zichzelf ‘te druistig’ vond en verklaarde het op het veld vooral te moeten hebben van ‘zijn snelheid en zijn enorm uithoudingsvermogen’. Het gepromoveerde 1e elftal kreeg als tegenstanders: ASWH, CJVV, CSVD, DOSC, Geinoord, HBSS, NDSM, Rijnsburgse Boys, Rijsoord, IJmuiden en VRC. Het 2e moest het opnemen tegen de reserveteams van o.a. Huizen, Spakenburg, VVOG, Zuidvogels en IJsselmeervogels. Ons jeugdlid G. Bijkerk won de door de scheidsrechtersvereniging georganiseerde spelregelwedstrijd en kreeg door de voorzitter van de afd. Noord-Holland de prijs uitgereikt. Het team van ZCFC eindigde als tweede.

De Typhoon: 29 april 1971

De Typhoon: 29 april 1971

Toch weer verhuizen?

In 1972 wees alles erop dat ZCFC op het sportpark Oostzijderveld zijn stekkie – na elf verhuizingen – wel had gevonden. De club was er van alle gemakken voorzien en bovendien lag het complex zo centraal dat met name jeugd uit nieuwbouwwijken als Kogerveld, Plan Kalf en Westerkoog de weg naar Zet wisten te vinden. Er werden door het bestuur dan ook plannen gemaakt om het clubhuis te vergroten. De gemeente verstrekte een bouwvergunning en de Nederlandse Sport Federatie beloofde een subsidie. Wat niemand had verwacht gebeurde. Begin ’73 kwam het verzoek van wethouder Theun van Dam om eens te komen praten. Bij de gemeente waren ze tot de conclusie gekomen dat ‘Oostzijderveld’ aan de kleine kant was voor drie voetbalclubs (VVZ, Zaanlandia en ZCFC). En omdat een plan was gemaakt om in de Wijde Wormer een nieuw sportcomplex aan te leggen kwam van gemeentewege de vraag wie van de drie clubs bereid was daarheen te verhuizen. Alleen het bestuur van Zet bleek in principe bereid dat aanbod in overweging te nemen. Mits natuurlijk aan allerlei wensen zou worden voldaan. Na bestudering van voor en tegen werd in een buitengewone ledenvergadering besloten het aanbod van de gemeente Zaandam aan te nemen. Overwegingen om het Oostzijderveld te verlaten waren onder meer: onvoldoende uitbreidingsmogelijkheden, slechte sanitaire voorzieningen en nog zo het een en ander. Tegenstanders van de verhuizing voerden vooral aan dat het opgeven van de centrale ligging een belemmering zou zijn voor de groei. De worst die de gemeente ZCFC voor de neus hield was natuurlijk wel aantrekkelijk: een heel nieuw complex, met drie eigen velden, eigen kleedkamers, goed trainingsveld, volop parkeerruimte en een modern clubhuis. Dat laatste vormde geruime tijd een hobbel in de onderhandelingen. ZCFC wilde een flinke vergoeding voor de te verlaten accommodatie (clubhuis en tribune) en ook werd een bedrag gevraagd voor de geschatte inkomstenderving wegens de afgelegen ligging van het nieuwe complex. Maar uiteindelijk werd daarover ook overeenstemming bereikt.